|
InleidingBeste lezer, Waarom ga ik niet actiever op zoek naar ooggetuigen die bijvoorbeeld tijdens de Koude Oorlog nog met de Stelling te maken hebben gehad? Ten eerste omdat er minder tijd is sinds ik besloten heb om twee uur per nacht langer te slapen... En ten tweede komen de mensen door de website vanzelf naar me toe. En als iemand dan niet geïnterviewd hoeft te worden maar zelf een informatief en leuk verhaal kan opschrijven, dan is het een pareltje op een dienblad. Deze thema-nieuwsbrief is het verhaal van één zo'n man. Bas van der Mooren kwam tijdens zijn werk bij de Koninklijke Landmacht op Fort Uitermeer. En door een soort van toeval was hij er onlangs voor het eerst sinds 30 jaar weer. Lees zijn herinneringen van toen en waarnemingen van nu in deze nieuwsbrief. Lees deze nieuwsbrief op: https://www.stelling-amsterdam.nl/nieuwsbrief/2019/nieuwsbrief-481/ De volgende nieuwsbrief zal waarschijnlijk op 13 november verschijnen. Veel leesplezier! Tip: houd de cursor boven elke afbeelding om een beschrijving te zien.
|
Algemeen Militaire OpleidingTekst: Lt-kol. b.d. KL drs. Bas M. van der Mooren.
Mijn bezoek was het gevolg van een uitnodiging van een van mijn pelotonscommandanten om hem met zijn peloton te komen opzoeken tijdens een oefening. Destijds was ik als kapitein geplaatst als compagniescommandant (CC) van de Instructiecompagnie op de toenmalige Kolonel Palmkazerne te Bussum, de bakermat van alle logistieke opleidingen van de Intendance voor de Koninklijke Landmacht en toentertijd ook al voor een deel voor de andere krijgsmachtdelen.
Het 1e Peloton ging op maandag onder leiding van een eerste-luitenant als pelotonscommandant (PC) en een aantal kaderleden (sergeanten) als groepscommandanten (GPC) naar het complex Uitermeer. Zoals het een goed CC betaamt gaat men dan gedurende die oefening polshoogte nemen of de oefening wel uitgevoerd werd volgens de richtlijnen. En uiteraard werd het door de PC, de GPC’n en de soldaten op prijs gesteld dat er belangstelling kwam van de hogere leiding.
|
MunitiemagazijnenTekst: Lt-kol. b.d. KL drs. Bas M. van der Mooren. Bij mijn aankomst aan de poort van het MOB-complex Uitermeer trof ik de pelotonscommandant (PC) aan die me vertelde dat ik me een beetje gereserveerd diende op te stellen naar de ‘burger’ die bij de poort woonde want die had niets op met militaire dienst. Waarom gaat die man dan tegen zo’n complex aan wonen dacht ik toen.
Bij nader inzien bleek het om een A-magazijn (met 4 dubbele deuren aan de voorzijde) te gaan, een type magazijn dat specifiek voor munitieopslag was bedoeld en 80 ton ‘plof’ (explosieve springstof) mocht bevatten volgens de opslagverordeningen. Om vervolgens zeker te zijn van mijn constateringen ging ik op zoek naar het onderhoudsgebouw (OG) waar de opgeslagen munitie regelmatig aan inspectie werd onderworpen om te bepalen of de kwaliteit en betrouwbaarheid nog op het vereiste niveau waren. En inderdaad, in een hoek van het complex vond ik dat gebouw terug, volgens mij toen nog wel voorzien van bliksemafleiding in de vorm van een aantal hoge stalen palen met metalen kabels daartussen gespannen in een soort raster, de ‘kooi van Faraday’ zoals wij dat noemden. Er was echter geen omwalling aanwezig zoals ik dat gewend was maar dat was een gevolg van het feit dat dit gebouw feitelijk tegen de waterrand was gebouwd.
Mijn vermoeden was dat het complex in de beginjaren 1960 was gebouwd voor met name luchtdoelartilleriemunitie omdat er in de omgeving van Amsterdam destijds veel van dat soort bescherming gepland en gestationeerd was.
|
Oude bakstenen gebouwenTekst: Lt-kol. b.d. KL drs. Bas M. van der Mooren.
Op weg daarnaartoe kwamen we langs een oud bakstenen gebouw, voorzien van een aarden bovendekking en met afgebladderde groene deuren, dat volgens mij een opslagfunctie had maar duidelijk van veel oudere origine was. Er lag ook nog een grote groene roeiboot bij die eveneens in een deplorabele staat verkeerde; het hout was op diverse plaatsen weggerot en volgens mij had de boot daar al jarenlang misschien wel tientallen jarenlang gelegen. Maar de grootste verrassing moest nog komen… Wij liepen verder door een, volgens mij, met wilgentenen begroeid deel van het terrein en plotseling doemde daar een aarden wal op met een grote lage bakstenen toren met schietgaten. Ineens realiseerde ik me dat ik voor een behoorlijk oud fort stond waarvan ik het bestaan niet afwist. Het dak was er uitgeblazen met springstof en de muren waren zwaar beschadigd.
|
30 Jaar laterTekst: Lt-kol. b.d. KL drs. Bas M. van der Mooren.
Bij het onderzoeken van de bronnen naar de Stelling van Amsterdam word ik door René Ros, de beheerder van het Documentatiecentrum, uitgenodigd om te komen praten en speuren naar bruikbare literatuur en tot mijn grote verbazing blijkt dit de locatie van het Fort Uitermeer te zijn. Natuurlijk was ik heel benieuwd wat ik zou gaan aantreffen en tot mijn genoegdoening gaf het navigatiesysteem in mijn auto dezelfde route aan vanaf Bussum die ik destijds ook zal hebben gereden langs de ’s-Gravelandse Vaart richting Weesp. Inmiddels ligt er een nieuw aangelegde parkeerplaats en bij het betreden van het complex valt meteen op dat er een groot wegensteunpunt met materiaal van de Provincie Noord-Holland is gepositioneerd in een hoek van het terrein. Verder lijkt alles bij het oude te zijn gebleven want de woning staat er nog en de omheining en poort zijn nog hetzelfde.
Het OG (onderhoudsgebouw) is netjes verbouwd tot een kantoor. Een aangename verrassing wacht me als ik een smalle schutsluis tegenkom die er in 1989 ook geweest moet zijn maar waarschijnlijk onder de grond was verdwenen. Een ander B-magazijn, vlakbij het A-magazijn waarin nu het Documentatiecentrum is gevestigd, blijkt te zijn verbouwd tot theatertje; raar om te zien eigenlijk want in mijn beleving moeten hier pallets en kisten met munitie staan. Bovendien was de omwalling rondom het torenfort verwijderd en stond er een nieuwgebouwd restaurant aan de rand van de Vecht. Daarna heb ik een aantal aangename uurtjes doorgebracht in het Documentatiecentrum en op het terrein met een rondleiding. Er was veel begroeiing verwijderd en de contouren van de fortgracht waren weer in de oude staat hersteld. De positie en locatie ten opzichte van de Vecht en de ‘s-Gravelandse Vaart waren weer duidelijk te zien vanaf het fort.
Het weerzien met Fort Uitermeer was na 30 jaar een heel positieve gewaarwording. Nu pas werd mij duidelijk hoe dat geïnundeerde terrein er uit heeft gezien en dat was een machtige historische ervaring; daar doe je het als historicus ook voor en dat kun je niet uit de boeken halen! Fort Uitermeer
|
Deze nieuwsbrief is een uitgave van het Documentatiecentrum Stelling van Amsterdam. De redacteurs en auteurs aanvaarden geen aansprakelijkheid, op welke wijze ontstaan, door het gebruik van de inhoud van de website, nieuwsbrief of andere publicatie, door welke persoon en voor welk doel dan ook. Wij hebben ons best gedaan om alle rechthebbenden op deze website / nieuwsbrief te achterhalen. Eenieder die meent dat zijn/haar materiaal zonder voorafgaande toestemming hier is gebruikt, verzoeken wij om zich tot ons te wenden. Bij gebruik als bron voor publicaties en andere uitingen is bronvermelding verplicht en tevens wordt deskundige begeleiding, door bijvoorbeeld de redacteur of auteur, aanbevolen. In de nieuwsbrieven weergegeven meningen zijn een deel van een column of strikt persoonlijk tenzij expliciet anders is aangegeven. 'Majoor Van Hall' en 'Soldaat Troelstra' zijn fictieve militairen uit het verleden die dienen als pseudoniemen voor verschillende personen. Activiteiten zoals rondleidingen worden mogelijk door andere partijen georganiseerd en de verantwoordelijkheid voor inhoud, uitvoering e.d. ligt geheel bij de betreffende partij. De inhoud van een nieuwsbrief wordt na publicatie niet meer gewijzigd en kan later onjuist zijn gebleken of niet meer van toepassing zijn. De auteursrechten berusten bij René G.A. Ros tenzij anders is aangegeven. |